Dansen, hobby of sport?

Dansen, hobby of sport?

Vroeger, en dan praat ik over eind jaren zeventig hoorde dansles gewoon bij het leven. Je ging bij voetbal (iets anders was er bij ons niet), je moest op typeles en je moest op zwemles. En daarna ging je op dansles. Of je wilde of niet, het hoorde er gewoon bij, een deel van je opvoeding.

Vanuit Stokkum en ’s-Heerenberg fietste ik, samen met enkele vrienden, op 14 jarige leeftijd naar dansschool Witjes in Ulft.  Andere dansscholen kende we niet.  En iedereen die bij Witjes gedanst hebben kunnen zich dat nu nog haarfijn herinneren.  Een bijzondere ervaring.

Daar moet uiteindelijk ook mijn liefde voor het dansen geboren zijn. Samen met mijn huidige partner Veronica hebben we daar menig vrije dansavond doorgebracht. Veronica op zilver en ik op brons.  Ik weet nog dat ik meerdere keren voor brons ‘afgedanst’ heb.  Met Veronica voor mijn cijfers, met de haar zus voor haar cijfers en vervolgens heb ik zelfs nog afgedanst met Penny de Jager, voor de oudgediende geen onbekende.

Hierna stopte het voor mij. Naar zilver mocht ik niet, daarvoor ontbraken bij ons thuis de financiële middelen.

Pas rond mijn 32e hebben we het dansen weer opgepakt.  Bij Vieberink in Doetinchem.  We hadden het druk met het gezin, druk met het werk, druk met het verenigingsleven, druk met dit en druk met dat.  Nauwelijks tijd voor elkaar. Dat kon niet verder zo.
Wij kozen ervoor om het dansen weer op te pakken.

Sinds die tijd hebben we minimaal 1 avond geheel voor elkaar. Eerst bij Vieberink  onder de bezielende leiding van mevrouw Vieberink.  Daar zat ze dan, op haar stoel in de disco hoek, hardop tellend op de maat, haar ogen dicht.  Blijkbaar was ons gestuntel niet om aan te zien. En dan sprak ze weer die woorden die mij altijd bij blijven en waarvan ik hoopte dat ze niet uitgesproken zouden worden. “De dame blijft staan en de heer loopt twee dames verder.” Zeer leerzaam, maar ik had het idee dat ik altijd bij de grootste stuntel uitkwam.

Na circa 10 jaar waren we bij Vieberink afgestudeerd.  Met goede rapportcijfers verlieten we deze school en trokken de wijde wereld in. Naar Zevenaar. De werkelijke reden was dat onze groep door de jaren heen zo uitgedund was dat het geen bestaansrecht meer had. Bij Ronald Straatman, getrouwd met de Suzanne, dochter van de Vieberinks,  konden wij, samen met nog twee andere paren zo aansluiten. De figuren in de verschillende dansen waren immers hetzelfde.

Nou, dat hebben we geweten.  Pas naar ca 6 privé danslessen waren we op het gelijke niveau als de groep waar we in op zouden gaan. Daarna ging het dan ook van een leien dakje.
We volgden ook steevast de extra vijf zomerlessen, waarbij aandacht werd besteed aan de meer aparte dansen, onder andere de Argentijnse Tango en de Mambo.

Door ziekte en sterfgeval van een vriendin van ons, zij danste al jaren samen met ons, stonden we twee jaar op non-actief.

En daarna?  Daarna begon het allemaal weer van scratch af aan.  Bij Dansstudio Berentsen  begonnen we in 2005 weer met de beginnerscursus.
Zij – sluit- zij – voor – zij – sluit – zij – achter etc, etc..
En we dansen nog steeds.  Met zeer veel plezier.
Telkens merken we dat Hennie ons toch nog wat leren kan. In een relaxe sfeer wordt er hier wat bijgeschaafd, daar een nieuw figuurtje geïntroduceerd of worden we geconfronteerd met een compleet nieuwe dans.
Onze laatste wapenfeiten zijn de Fleckerl in de Weense wals (wat een lastig figuur), de Fox-jive en de Disco-fox.

Was het dansen voor ons eerder een hobby, nu wordt het, gezien onze leeftijd steeds meer topsport dat ons menig zweetdruppeltje kost.
Onderzoek heeft echter uitgewezen dat dansen de grijze hersenmassa op een positieve wijze in beweging houdt. Daar gaan we dus voor.
Dus, zolang Hennie les blijft geven, blijven wij bij Berentsen dansen.

Theo Menting.

Door | 2018-07-02T10:30:29+00:00 2 juli, 2018|0 Reacties

Over de schrijver:

Plaats een reactie