Geschiedenis

Geschiedenis 2017-04-21T16:23:22+00:00

Onderstaand verhaal werd opgetekend door een cursist van onze dansschool en geplaatst in de KRONYCK,
het tijdschrift van De Historische Vereniging Deutekom en de Oudheidkundige verenigingen Salehem en Gander.

Dansstudio Berentsen:
Al 85 jaar úw danspartner.

Is dansen plezier voor twee of voor meer? Leest en oordeelt u zelf. Dit artikel gaat over de betekenis die Dansstudio Berentsen al 85 jaar voor Gaanderen en omgeving heeft. Zo’n leeftijd is voor een dansschool in Nederland bijzonder. Maar op jongere leeftijd deed de school ook al van zich spreken. Op nationaal niveau deed ze ertoe. Ze telde mee en heeft een forse impuls aan het professionele dansonderwijs gegeven.

In het najaar van 2006 ontvingen de cursisten(paren) van Dansstudio Berentsen in Gaanderen een beeldje van een danspaar. Dit gebeurde ter gelegenheid van het feit dat de familie Berentsen al 85 jaar de lessen verzorgt voor vele generaties jongeren en ouderen die zich op de dansvloer wagen. Dansstudio Berentsen is daarmee een begrip in Gaanderen en wijde omgeving. De vraag, of die geschiedenis van drie (of vier) generaties dansleraren en hun leerlingen al eens wat meer is belicht, werd ontkennend beantwoord. ’Wel eens het plan opgevat, maar er nooit toe gekomen. ’De vraag, of er over die lange periode materiaal bewaard was gebleven, werd positief beantwoord. Er bleek een enorme verzameling aan krantenknipsels, brieven, oorkonden, foto’s, kaarten, gedichten, geschreven herinneringen, etc. in een grote doos binnen de familie aanwezig te zijn.(1) Voldoende voor een boek.

De oprichter van de dansstudio, H.M. Berentsen sr.,  op jeugdige leeftijd.

PIONIER

Op 16 oktober 1921 begint Henricus Marinus (Hent) Berentsen met het geven van danslessen in Gaanderen. Hij is op 4 mei 1899 in Gaanderen geboren als zoon van Bernard Berentsen, een dan veertigjarige klompenmaker, en Hendrina Wilhelmina Bolk.(2)
Hent Berentsen werkt als emaileerder op Vulcaansoord en daarnaast kelnert hij. Op 21 oktober 1921 trouwt hij met Geertruida Nusink. Zij is op 4 augustus 1900 in Gaanderen geboren en de dochter van Arnoldus Nusink, op dat moment een 24-jarige fabrieksarbeider, en Berendina Willemina Kosstede. Zijn eerste cursus geeft hij in de billiardzaal van café Nusink. Hij geeft ook les in zijn eigen woonkamer. Dit was in de tijd dat diploma’s niet vereist waren en Hent Berentsen gaf zijn lessen dan ook zonder enig formeel papier van bekwaamheid. Het deuntje onder familieleden, dat deze beginfase begeleidde, ging in de maat van de kruispolka ‘één-twee-drie-vier-vijf-zès; óme Hent geeft danslès’. De lessen worden op verschillende locaties, meestal in cafézalen, in de wijde omgeving gegeven. In die tijd kwam de leraar naar de leerlingen toe. De verplaatsing gebeurde per fiets met de muziek achterop de drager. In juli 1938 opent H.M. Berentsen in zijn woning aan de Rijksstraatweg Z 150a een voor die tijd moderne dansstudio. In 1933 is er een danslerarenorganisatie opgericht, die examens gaat instellen. Op 22 augustus 1938, op bijna veertigjarige leeftijd, slaagt H.M. Berentsen voor het examen dansleraar in moderne dansen. In 1941 wordt van regeringswege bepaald dat dansleraren geen nevenberoep mogen uitoefenen. Hent Berentsen wordt fulltime dansleraar.

Dansleraar Berentsen sr. met zijn cursisten uit het jaar 1922.

OP KLOMPEN

In de lokale pers verschijnen met regelmaat aankondigingen dat bij erkend gediplomeerd dansleraar H.M. Berentsen te Gaanderen privé- en clublessen kunnen worden gevolgd. Aspirant leerlingen worden in de advertenties opgeroepen om uit hun eigen vrienden- en kennissenkring dansclubs te vormen en een prijsaanvraag te doen. Naast de ‘gewone’ dansen worden tevens de ‘nieuwste Engelsche dansen geleerd, als Quick step, Foxtrot, Eng. Waltz, Tango, Rumba, Tango foxtrot, Blues, Lambeth Walk, Blackpool Walk, Hoop A La, Palais Glide, Rhythm dansen, Amerikaansch: Shag, Collegiate Shag, Manhattan Strut, Vieni Vieni, Sherry Hop, Truckin, Suzy Quick en verder elke dans die nieuw uitkomt. Oudste zoon Bernardus Arnoldus Henricus (Ben), geboren op 9 februari 1922 in Gaanderen, is blikslager van beroep en werkt bij Senten.

Al op 17-jarige leeftijd begint hij zijn loopbaan als dansleraar. Als jongste dansleraar van Nederland start hij in oktober 1939 zijn eerste cursus in zaal Verhey in Lengel. Sommige leerlingen melden zich op klompen voor de danslessen. Op 1 augustus 1943 legt hij met goed gevolg het examen als leraar in de oude en moderne dansen af. Daarbij inbegrepen de grondbeginselen voor het ballet. Het examen vindt plaats voor het Gilde voor Theater en Dans der Nederlandsche Kultuurkamer aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag. Hij is de enige kandidaat. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang. In de oorlogsjaren gaan de lessen zo veel mogelijk door, ondanks dat Ben wordt gerekruteerd voor de Arbeidseinsatz en in Bocholt te werk gesteld. Na Ben worden in het gezin van Hent en Geertruida nog geboren Nol (1923-1990), Jan (1925-1990), Henk (1928-2004), Dinie (1932-2006) en in 1938 Ferdie, die al in 1953 op veertienjarige leeftijd overlijdt.

Advertentie van Dansstudio Berentsen.
Krantenbericht waarin melding wordt gemaakt van het feit dat de heer Berentsen in zijn woning een dansstudio heeft ingericht.

GROEI EN BLOEI

Na de oorlog worden de zaken door vader en zoon voortvarend opgepakt. In het voorjaar van 1945 opent Dansstudio Berentsen ook in Paviljoen Vijverberg in Doetinchem zijn deuren. Op 30 augustus van dat jaar melden de lokale kranten dat de heer B.A.H. Berentsen Jr. is geslaagd als ‘Dansleeraar in de moderne dansen’. Op 15 oktober 1945 wordt B.A.H. Berentsen als lid voorgedragen van de ‘Koninklijk Goedgekeurde’ Danstechnische Groep van Dansleeraren (DTG), en op 25 oktober komt het bericht dat hij door de ballotage is. Hij wordt welkom geheten als lid en wordt meteen maar verzocht om ‘de voorlopige contributie ad 10 gulden’ over te maken.

In het winterseizoen wordt in Zaal Wildenbeest een danscursus gegeven voor ‘Roomsch Katholieken overeenkomstig de richtlijnen vastgesteld door de K.A.’.(3)
In de eerste naoorlogse jaren zijn er cursussen in de Doetinchemse zalen Wildenbeest, Starink, Groenendaal en natuurlijk in Paviljoen Vijverberg. In Terborg in Zaal Vos, in Silvolde in Hotel Harbers, in Varsseveld in Zaal Arentsen, in Etten in Zaal Köster, in Breedenbroek in Zaal Koenders en in Halle in Zaal Oosterink. In Gaanderen wordt ook Zaal Steverink gebruikt. Niet alleen moderne en oude dansen worden geleerd, ook balletdansen zit in het pakket.
Tijdens de kermissen is er prijsdansen. In Gaanderen gebeurt dat in café Tramstation en in Silvolde in Concertzaal Harbers. Er worden wisselbekers en andere prijzen uitgereikt.

Prijsdansen in café Tramstation (Waarbroek) tijdens de kermis.

JUBILEUM

In januari 1947 wordt B. Berentsen aangesteld als leraar van de Nederlandse Amateur Dansers Club (NADC). In maart gaan voor de eerste keer leerlingen van Dansstudio Berentsen op voor de Amateurtest van de NBD (Nederlandse Bond van Dansleraren). Van de vijftien leerlingen slagen er twaalf. In april viert H.M. Berentsen zijn 25-jarig jubileum als dansleraar. In deze maand komt ook een uitnodiging om deel te nemen aan selectiewedstrijden in Zwolle, teneinde een dansteam Oost Nederland te vormen. Ook de eerste uitnodiging om als jury te willen fungeren voor het examen Amateur-test dat leerlingen van Dansschool Bauling te Arnhem in Musis Sacrum afleggen. In mei doet B. Berentsen examen moderne dans voor de International Dancing Master Association England en slaagt daar highly commended. Op 4 september 1947 trouwt B.A.H. Berentsen te Doetinchem ‘voor de wet’ (kerkelijk wordt het huwelijk eerst op 1 maart 1949 voltrokken) met plaatsgenote en danspartner Christina Hendrika Hilderink, geboren op 31 juli 1925, dochter van Hendrikus Karolus Johannes Hilderink en Martina Hendrika Hoijman. Ook doet hij in die maand in Arnhem ‘nog even’ examen Latin American. Het jureren begint fors toe te nemen en in november krijgt hij in Brussel het diploma van de Union Professionelle des Professeurs de Danse et Maintien de Belgique uitgereikt.

In de loop van ditzelfde jaar verschijnt de volgende advertentie: ‘Dankbetuiging. Twee ex-leerlingen v.d. heer Berentsen, Dansleeraar, Acacialaan 17, Doetinchem, betuigen hiermede hun dank voor de beschaafde, gezellige en van groote vakkennis getuigende manier van lesgeven door b.g. Studio.’ Deze opsomming van activiteiten en succesvol afgelegde examens maakt duidelijk dat Gaanderen in die jaren een allround en hooggekwalificeerde dansleraar rijk is, die in den lande en daarbuiten steeds meer bekendheid krijgt. Na twee jaar ernstig ziek te zijn geweest, overlijdt Henricus Marinus Berentsen, de pionier en de nestor van de moderne dans in de Achterhoek, op 9 mei 1949. Hij heeft de groei van zijn dansstudio nog volop meegemaakt en is er getuige van geweest dat zijn opvolger zich in de volle breedte heeft bekwaamd in zijn vak. Hent Berentsen is in Terborg begraven. Echtgenote Geertruida overlijdt op 25 augustus 1984 te Terborg.

Twee oud-leerlingen bedanken hun dansleraar door middel van een advertentie in de krant.
Het echtpaar Ben (Pipi) Berentsen en Stien Berentsen-Hilderink

PERIKELEN

Het geven van cursussen in omringende dorpen breidt zich uit. Ook in Azewijn, Braamt, Stokkum, Zeddam, Beek, Wehl, Didam, Keyenborg, Hummelo, Langerak, Laag Keppel, Dieren, De Heurne en Suderwick kan men lessen volgen. In Ulft wordt een seizoen gedanst in zaal Schepers, maar ook in Beltrum, Lichtenvoorde en Lobith danst men onder leiding van Berentsen. De Doetinchemse lyceïsten krijgen een aantal seizoenen lessen in Studio De Vijverberg of zaal Wildenbeest.
Ben Berentsen, die alom bekend is als ‘Pipi’(4) , heeft meer ambities. Op 18 juli 1949 wordt de Vereniging RK Gelderse Folkloristische Boeren en Volksdansers Gaanderen opgericht, waarvan dansleraar B.A.H. Berentsen technische leider en voorzitter wordt. Penningmeester is de heer J.M. Berentsen. Beiden wonen op het adres Terborg 288.
De heer A. Schoenaker uit Gaanderen is de eerste secretaris.
Op 19 juli 1949 wederom een succesvol examen, nu voor het Diploma van de Federatie van Nederlandse Danslerarenorganisaties, met aantekening van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.
Ben gaat zich vervolgens op landelijk niveau inzetten voor de oprichting van de Amateur-Test onder auspiciën van de Danstechnische Groep van Dansleraren in Nederland. Aanvankelijk stuit dit op veel weerstand, maar na een stemming wordt hij verzocht zijn voorstel verder uit te werken.

Het is een groot succes geworden. Duizenden jongelui doen sindsdien jaarlijks examen voor de bronzen, zilveren of gouden medaille. ‘Dit tot bevordering van het danspeil in ons land’, zoals hij zelf noteert. Al in oktober van het invoeringsjaar gaan leerlingen van Dansstudio Berentsen op voor de Amateur-Test. Er slagen er 36 voor Brons en vijf voor Zilver. Het Medal-Tests-Comité waarin Ben Berentsen zitting heeft, heeft de spelregels en de exameneisen nauwkeurig geformuleerd en deze aan de collega’s verzonden. Uit het hele land komt bijval van dansleraren, die de tests ook in hun programma’s willen opnemen. Voor de tweede maal gaat Ben in 1949 op uitnodiging naar het meerdaagse Internationaal Congres van de Dans dat in Brussel wordt gehouden. Aan het eind van 1949 wordt tijdens een vergadering van de Danstechnische Groep van Dansleraren Nederland in Utrecht Ben Berentsen gekozen tot voorzitter van de danslerarenorganisatie van de DTG. Hij accepteert de functie niet. Wel neemt hij in april 1950 plaats in een ‘strafcommissie’ van de DTG om een uitspraak te doen in een steeds meer escalerend conflict tussen het bestuur en enkele leden van de DTG. Hierin is hijzelf betrokken geraakt, toen hij poogde te bemiddelen tussen de conflictpartijen. Eén en ander zou in de loop van 1950 gevolgen hebben.

De chef-redacteur van De Oost-Gelderlander, Henk Erkens, legt in een brief uit dat de redactie van zijn krant, op grond van de voorschriften van de Nederlandse Katholieke Dagbladpers, geen verslag van de door Dansstudio Berentsen gegeven demonstraties mocht opnemen door middel van een advertentie in de krant.

GEEN SWING

Ook in 1950 gaan de R.K. Danscursussen door. Deze kenmerken zich bijvoorbeeld door het ontbreken van de swing in het lesprogramma.

Deze vlotte Amerikaanse dans kon niet door de beugel van de heren geestelijken en was tot verboden terrein verklaard voor de RK-jeugd.
We moeten ons realiseren, dat dit speelt in de tijd dat de pastoor en de fabrieksdirecteur vanuit de stilzwijgende afspraak ‘houd jij ze dom, dan houd ik ze arm’ nog een stevige greep op de lokale gemeenschappen hadden.

Er slagen steeds grotere aantallen leerlingen voor de Amateur-Test waar- onder de eerste Goud-kandidaten.

In de zomer van 1950 volgt Ben Berentsen een studieweek in Burnley, Engeland. Deze week werd verzorgd door het toen befaamde Engelse danspaar Sam Clegg en Joan Cryer. Misschien omdat het toch niet helemaal lekker meer zat bij de DTG, maar zeker door de gedwongen winkelnering die de katholieke geestelijkheid hanteert om in een overwegend katholieke streek te kunnen blijven werken, stapt Ben Berentsen eind 1950 over naar het Katholiek Cultureel Verband van Dansleraren San Filippo Neri. Hij schrijft zelf dat hij ‘genoodzaakt (is) lid te worden van San Filippo Neri’.
Een voorbeeld van deze noodzaak blijkt uit correspondentie met de chef-redacteur van De Oost-Gelderlander, dagblad voor de Graafschap en de Liemers in Doetinchem, Henk Erkens, later adjunct-hoofdredacteur van deze krant. Deze schrijft op 11 juli 1950: ‘(…) delen wij u mede, dat volgens voorschrift van de Nederlandse Katholieke Dagbladpers – wellicht op suggestie van de hoogste geestelijke autoriteiten – geen advertenties (en dus ook geen verslagen van demonstraties) mogen worden opgenomen van Katholieke of andere dansleraren, die niet aangesloten zijn bij de R.K. Bond van Dansleraren ‘San Filippo Neri’.
In dit geval was de Oost-Gelderlander uitgenodigd voor het eerste optreden op 10 juli 1950 van de Boerendansgroep in zaal Steverink. Burgemeester J.E Boddens Hosang kan vanwege ‘vacantieafwezigheid’ deze demonstratie niet bijwonen, schrijft hij in een persoonlijk briefje. Hoe de katholieke geestelijkheid een enorme vinger in de danspap houdt, blijkt uit een schrijven van een lokale pastoor uit één van de dorpen waar Berentsen les geeft. Hij heeft de lijst van deelnemers aan de danscursus ontvangen. Hij schrijft op 16 oktober 1950: ‘Zoals u waarschijnlijk wel weet, is de afspraak in ons dekenaat, dat de deelnemers minstens 17 jaar moeten zijn. Derhalve verzoek ik U, de deelnemers die in 1934 geboren zijn, te schrappen’. Drie deelnemers kent mijnheer pastoor niet. ‘Misschien kunt U deze jongelui vragen zich woensdagavond even bij mij als parochiaan op te geven, daar ik anders voor hen geen toestemming kan geven om aan de danscursus deel te nemen’.

DANSNIEUWS

Als gevolg van zijn vertrek bij de DTG legt hij ook de functies van bestuurslid en examinator van zijn geesteskind de Amateur-Test neer. Dansstudio B.A.H. Berentsen brengt vanaf december 1950 het tweewekelijkse tijdschrift Het Dansnieuws uit. Begin 1951 richt hij samen met het oude bestuur van de Amateur-Test van de DTG een nieuwe organisatie op, het Algemene Nederlandse Amateur Medal-Test-Comité. In De Danstechniker, het officiële orgaan van de DTG van januari 1951 wordt het verslag van de algemene ledenvergadering van 28 december 1950 gepubliceerd.

Voor rooms-katholieken gaf de heer Berentsen aparte cursussen.

Bij de ingekomen stukken: ‘(…) een bericht van Berentsen van de geboorte van een zoon. De heer van Eck feliciteert de Heer Berentsen namens alle leden; ook vorig jaar mochten we dat doen met de geboorte van een dochter, dat zal dus een danspaar worden, aldus de heer van Eck.’ In dezelfde vergadering worden de bedankbrieven van de vier leden die zijn overgestapt naar San Filippo Neri aan de orde gesteld en wordt zorg uitgesproken over de door hen ondervonden dwang om over te stappen. Op 13 februari 1951 wordt ‘Den Weled. Heer B.A.H. Berentsen’ op de algemene ledenvergadering van de K.C.V.D. “San Filippo Neri”, koninklijk en kerkelijk goedgekeurd, na ballotage als hospitant-lid aangenomen. Hij moet dus met al zijn ervaring en (inter)nationale diploma’s een proeftijd ondergaan.

Met de gedwongen overgang van danslerarenorganisatie zijn de problemen nog niet uit de wereld. In maart 1951 schrijft Berentsen aan de deken van Terborg: ‘Daar ik van diverse zijde gehoord heb, geruchten ten opzichte van mijne danslessen, wat ten alle tijden op onwaarheid berust, is in mijn gedachten een plan gerezen, om het dansvraagstuk in het Dekenaat Terborg, in volle samenwerking met de Eerwaarde Heren Geestelijken te regelen.’ De HH geestelijken stemmen in met zijn voorstel en op 4 april 1951 zijn de kapelaans van ‘Etten, Breedenbroek, Doetinchem, Terborg, Silvolde, Gaanderen, Wehl, Ulft 2, enz.’ bijeen. Berentsen schrijft: ‘Het heeft er danig gespannen, maar we zijn toch tot een vergelijking gekomen. Ik was alleen te radicaal. (…)’. Ook hierna zijn er nog wel eens spanningen tussen Berentsen en het bestuur van San Filippo Neri. Hiervan getuigt een brief van oktober 1951 waarin een uitnodiging om ‘verschillende kwesties’ te bespreken teneinde ‘moeilijkheden en onaangenaamheden’ te voorkomen.

PRIMEUR

Naast al deze bestuurlijke zaken en perikelen met de geestelijkheid gaat het dansen gewoon door. Begin augustus 1951 beleeft Dansstudio Berentsen een landelijke primeur. Voor het eerst wordt er in Nederland om de gouden beker gedanst. Dit is de hoogste graad binnen het amateur-dansen. De kranten vermelden het feit dat vijf leerlingen hiervoor slaagden, te weten ‘Mevr. Berentsen-Hilderink, de dames A. Leuverink en A. Heusschen en verder de heren G. Kattenbelt en J. Berentsen. Mevr. Berentsen-Hilderink behaalde de hoogste onderscheiding met lof der jury’. Daarnaast slaagden dertien leerlingen voor de bronzen medaille en negen voor de zilveren test.

In februari 1952 verzoekt B. Berentsen schriftelijk aan de ‘Edelachtbare Heren’ in Doetinchem om toestemming in zijn dansstudio ‘een verlof A te mogen vestigen’. Op 21 april 1952 besluiten burgemeester en wethouders het gevraagde verlof te weigeren. Dit omdat de lokaliteit niet uitsluitend voor de uitoefening van het verlof A wordt gebruikt en ze ook niet voldoet aan de bouwtechnische voorwaarden. In de Geldersche Krant van 16 mei 1952 verschijnt een uitgebreid artikel over ‘30 Jaar: Dansstudio Berentsen – Gaanderen’. Op Tweede Pinksterdag van dat jaar (2 juni) wordt dit feit herdacht met een nationale folkloredag. Burgemeester K. Fabius van Wisch opent het festijn en er doen tien dansgezelschappen, afkomstig uit verschillende delen van het land, aan mee. Muziekkorpsen en schutterijen luisteren het geheel op en er kan aan klootschieten worden gedaan. Er komen 1.200 bezoekers op de boerendansdemonstraties af.

Eind 1952 becijfert Ben Berentsen dat er in dat jaar 561 leerlingen van zijn school zijn opgeweest voor de Amateur-Test, waarvan er tien zakten voor het Brons. Als examinator heeft hij door het hele land 648 leerlingen beoordeeld. Op 4 februari 1953 wordt een bedrag van ƒ 36,13 overgemaakt ten gunste van het Watersnoodfonds te Doetinchem. De leerlingen van Dansstudio Berentsen te Doetinchem hebben dit bedrag spontaan bijeen gebracht. In augustus 1953 is ‘geachte Filippijn’ Berentsen nog steeds hospitantlid, terwijl hij gezien de duur daarvan allang gewoon lid behoort te zijn. De geestelijk adviseur ziet Berentsen ‘nooit, of bijna nooit’. In een brief stelt de eerwaarde: ‘Hierdoor is het onmogelijk U de invloed van ons Verband te doen ondergaan, en kunnen wij dus tegenover de buitenwereld moeilijk voor Uw mentaliteit instaan.’ De geestelijk adviseur dreigt het hospitantlidmaatschap te beëindigen als ‘geachte Filippijn’ niet naar de aanstaande studiebijeenkomsten komt. Voor de pragmaticus en bevlogen dansleraar Berentsen moet dit gezever een gruwel zijn geweest.
Ben Berentsen in zijn eerste auto, een Fiat. Het vervoer-middel zou later bijna een jas voor hem worden. Hij gebruikte de auto nog voor de kleinste afstanden.

NIEUWE INITIATIEVEN

In het begin van de jaren vijftig leent Ben Berentsen van de pastoor in Breedenbroek diens blauwe Lloyd om de veraf gelegen danslocaties te kunnen bereiken. Ook naar de lessen in Hoog Elten wordt op die manier gereisd. De meereizende assistentie moet bij het oprijden van de Elterberg meestal uitstappen om het voertuig heuvel op te krijgen.
In 1955 koopt Ben z’n eerste auto, een Fiat. Uiteindelijk raakt hij zo verknocht aan dit vervoermiddel, dat hij er zelfs de buurman aan de overkant van de straat mee bezoekt. Naar het jongensinternaat in Harreveld vindt de verplaatsing per bus plaats, want Dansstudio Berentsen voorziet, behalve in de dansles zelf, ook in de vrouwelijke partners.
In maart 1954 opent Ben Berentsen een vragenrubriek in de Geldersche Krant. Hij verdiept zich daarbij ook in het ontstaan en de geschiedenis van de diverse dansen. In augustus van dat jaar geeft Dansstudio Berentsen een reclamekrant uit, die het grootste reclameproject was ooit door een dansschool in Nederland ondernomen.
In september 1956 deelt B. Berentsen de Woningcommissie van de gemeente Doetinchem mee dat hij het pand Rijksweg 288 en 290, bewoont door hemzelf en de familie H. Masselink heeft aangekocht. Hij wil zijn dansstudio uitbouwen, want deze voldoet niet meer aan de eisen. De familie Masselink kampt met ruimtegebrek. Hij vraagt medewerking van de Woningcommissie om voor de familie Masselink passende vervangende woonruimte te helpen zoeken. Dat dit is gelukt, getuigt het schrijven van het Gemeentebestuur van Doetinchem van 29 mei 1957, waarin men aankondigt mee te willen werken aan de verbouwing en uitbreiding van de bestaande woning en dansstudio. Er moet nog wel een afwijkingsprocedure van het uitbreidingsplan worden doorlopen, waartegen bezwaar mogelijk is.

FEESTWEEK

De Gelderlander vraagt Ben Berentsen om een artikel te schrijven ‘over de nationale danswedstrijden welke in de Doetinchemse feestweek (…) worden gehouden’. Hij moet in dit artikel iets vertellen over ‘de opzet van deze kampioenschappen , de eisen enz, hetgeen onze lezers stellig zal interesseren’. Op 24 augustus 1958 vindt het evenement plaats in de Markthal in Doetinchem. Volgens de krant van 25/8 is het een ‘eclatant succes geworden’. In het nagelaten archief van Ben Berentsen bevinden zich tientallen foto’s van leerlingengroepen. Ook een serie schoolschriftjes die decennia bestrijkt met vele honderden namen van gevorderde leerlingen en hun examenresultaten. Als er jaren geweest zijn van tussen de zevenhonderd en duizend beginners, dan hoeft er geen rekenwonder aan te pas te komen om te stellen dat het aantal leerlingen, dat door Dansstudio Berentsen is opgeleid in de beginselen van het dansen, meerdere tienduizenden bedraagt. Veel leerlingen vinden hun levenspartner tijdens de danslessen, waarmee ook huwelijksmakelaardij een niet onbelangrijke nevenfunctie van de dansstudio is. Ook de balletlessen en -uitvoeringen gaan in de jaren vijftig en zestig door. De Boerendansgroep is door interne onenigheid geen langdurig bestaan beschoren en stopt na vier jaren. Berentsen neemt andere boerendansgroepen in de regio onder zijn hoede. In 1967 krijgt de Gaanderse groep haar succesvollere opvolger in De Huppelklumpkes. Daarnaast geeft hij demonstraties op personeelsfeesten en organiseert hij bij jubilea balfestijnen al dan niet in de open lucht.

NIEUWBOUW

In 1960 lijkt het zover, in Gaanderen wordt volgens de regionale kranten de ‘grootste dansschool van Nederland’ gebouwd. Het gebouw krijgt een oppervlakte van 350 m2, waarvan 160 m2 alleen al voor de dansvloer. Architect J.F. Langenhorst uit Dinxperlo tekent het ontwerp. Er zijn in de boxen langs de wand zitplaatsen voor 400 mensen in opgenomen. Nemaho in Doetinchem levert de spanten. Op 16 mei 1961, in het jaar dat de dansstudio veertig jaar bestaat, legt de echtgenote van de oprichter, de weduwe G. Berentsen de eerste steen voor de nieuwe Dansstudio Berentsen. Op 17 augustus 1962 verschijnt het artikel in De Graafschapbode met de titel: ‘Dansschool Berentsen te Terborg neemt nieuwe studio in gebruik’. Aan het begin van het nieuwe cursusjaar is de dansstudio in Gaanderen gereed. De officiële opening zal in oktober plaatsvinden. De uiteindelijke oppervlakte is volgens de krant 400 m2, waarvan aan zuivere dansruimte 175 m2 en ook is het aantal zitplaatsen wat minder geworden. De zaal is ook prima geëquipeerd voor de balletlessen. Het organiseren van (inter)nationale danstoernooien begint een vaste activiteit te worden, evenals het houden van lezingen rond het thema dans. Grote balletuitvoeringen, zoals in de Houtkamphal, vinden plaats met bewegende decors en stromend water op het podium. Alles wordt zelf gemaakt door Ben Berentsen en de Varsseveldse zaalhouder Arentsen.

De officiële opening van de nieuwe dansstudio in oktober 1962. Het echtpaar Ben (Pipi) Berentsen en Stien Berentsen-Hilderink en hun vier kinderen. v.l.n.r. Carla, Henny, Marian en Jolanda. Zoon Henny heeft zojuist het lint doorgeknipt.
Aankondiging van een door de heer Berentsen georganiseerd ‘groot dansfestijn’.

In Doetinchem organiseert Berentsen in het begin van de jaren zestig op zondag dansavonden, eerst in de oude Sociëteit en later bij Wildenbeest. Het is in die tijd de enige gelegenheid voor jongeren om te dansen. De Huppelklumpkes maken internationale furore onder meer door trips naar Engeland, Duitsland en Turkije. In 1969 bij de viering van 550 jaar Stad Terborg organiseert Dansstudio Berentsen internationale danswedstrijden in de sporthal van Terborg. Op 16 oktober 1971 viert de dansstudio zelf het vijftigjarig jubileum met een receptie in de eigen studio. Er is op 31 oktober een bejaardenmiddag met muziek en dans. Cursisten uit de begintijd worden opgeroepen hun ervaringen in een opstel vast te leggen. Aan leerlingen en oud-leerlingen wordt op 17 december een feestavond aangeboden in de sporthal De Paasberg in Terborg. De muziek wordt verzorgd door Les Cigales en de Wal Mulders. Van de (oud-)leerlingen krijgt het echtpaar Berentsen een geschenk in de vorm van een geldbedrag. Befaamd zijn de balavonden met kerst en carnaval. De zaal werd uitbundig versierd en de kerstversiering wordt afgelost door de carnavalsuitingen. Ook naar de jaarlijkse feestavond voor ouderen met sketches en al keek de doelgroep uit. Dat Ben als een stiekeme Sinterklaas door het dorp trok en gezinnen die het niet breed hadden verraste met cadeautjes, weten niet velen.
Befaamd zijn ook de flamboyante vlinderdas, maar vooral de onafscheidelijke sigaar. Ben was altijd in gezelschap van zijn rokertje ook tijdens de lessen, maar rookte nooit op de dansvloer. Zelfs als hij voetbalde in het door hem opgerichte veteranenelftal in Terborg was de brandende sigaar onder handbereik, bijvoorbeeld op een paaltje langs het veld.

NIEUWE GENERATIE

Van hun vier kinderen stappen oudste dochter Carla en zoon Henny in hun ouders’ voetsporen. Carla (Martina Carolina, geboren 16 december 1949) gaat al op dertienjarige leeftijd mee langs de zalen in de omgeving en Henny geeft al op zestienjarige leeftijd zijn eerste cursus. Henricus Marinus Maria Berentsen is op 18 december 1950 geboren. Op vijftienjarige leeftijd volgt hij zelf de eerste danslessen. In de cursus 1966/67 ontmoet hij zijn latere echtgenote Annelies Deurholt, waarmee hij op achttienjarige leeftijd trouwt. Carla Berentsen assisteert haar vader in de periode 1962-1966. Vanwege haar huwelijk laat ze een paar seizoenen verstek gaan om dan vanaf 1968 weer een decennium actief te zijn binnen de dansstudio. De beide jongere dochters Marian (Johanna Arnolda Maria, geboren 23 mei 1952) en Jolanda (Jolanda Bernardina Hendrika Maria, geboren 10 juli 1957) dansen wel, maar zijn minder bij het lesgeven betrokken. Door de moderne muziek en de veranderende mentaliteit, waarbij dansles geen vanzelfsprekend onderdeel meer van de opvoeding vormde, belandt het stijldansen nationaal in een dip.
Ook Dansstudio Berentsen ondervindt dit en komt in financieel zwaar weer terecht. Het antwoord op deze ontwikkelingen aan het eind van de jaren zestig en de in de jaren zeventig van de vorige eeuw is het verzorgen van lessen in pop- en discodansen. In die jaren zeventig komt er weer een opleving in de interesse voor stijldansen, die zich tot in deze tijd redelijk stabiliseert. De topjaren van duizend jeugdleden zijn nooit meer gehaald, maar gemiddeld driehonderd jeugdleden melden zich nog ieder jaar voor de beginnerscursus. Henny Berentsen beproeft na de MULO in Terborg zijn geluk bij Auto Palace in Doetinchem. Vervolgens wordt hij de jongste NS-conducteur van Nederland en daarna werkt hij een aantal jaren bij Ulamo in Ulft. Onderwijl volgt hij een opleiding tot dansleraar bij De Rijk in Utrecht en slaagt daarvoor in 1970 bij Danscentrum Rellum in Soesterberg.

Vanaf 1979 neemt hij de cursussen buiten de dansstudio in Gaanderen (de buitenlessen) voor zijn rekening. Ben Berentsen blijft actief tot 1989. In dat jaar verhuizen hij en zijn vrouw naar Silvolde en bouwen zij hun lesactiviteiten geleidelijk af. Hennie en Annelies en hun drie kinderen Wendy, Debby en Bas trekken in de woning bij de dansstudio. Dansstudio Berentsen wordt vanaf dan geleid door Hennie en Annelies Berentsen, de derde generatie. In de vierde generatie ontwikkelt met name dochter Wendy Berentsen zich tot een talentvolle danslerares, die gedurende een tiental jaren haar vader assisteert. Als Hennie in het carnavalsjaar 1988 als Prins Hennie I door het leven ging, heeft Dansstudio Berentsen een heuse dansformatie die Zijne Zotheid vergezelde.

De heer Ben Berentsen en mevrouw Stien Berentsen-Hilderink in ‘volle actie’.

ONDERSCHEIDEN.

Tijdens de lintjesregen van 1994 wordt ‘de heer B.A.H. Berentsen uit Silvolde’ op 29 april in het Doetinchemse Stadhuis onderscheiden met de eremedaille in zilver, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. De Geldersche Post van 4 mei van dat jaar besteedt hier aandacht aan. Hij is voorgedragen door de Huppelklumpkes, die hij meer dan 25 jaar heeft geleid. Als dansleraar was hij meer dan vijftig jaar werkzaam. De krant bericht voorts: ‘Op zijn initiatief werd in Nederland de Amateurtest Stijldansen opgericht. In 1952 richtte Berentsen ook een eigen balletgroep op’. Wij lazen het allemaal in het hieraan voorafgaande. Op 11 juli 1995 overlijdt Pipi Berentsen na een slepende ziekte waarbij uiteindelijk zijn benen, die meer dan zestig jaar hadden gedanst, dienst weigerden en hem aan een stoel kluisterden.’Deze dans kon ook hij niet ontspringen’, staat op het bidprentje. Hij wordt begraven in Silvolde. Echtgenote Stien volgt hem op 27 oktober 2006. Haar uitvaartdienst wordt gehouden in de dansstudio. Gegraveerd in de grafsteen een vlinderdas en de voeten van een danspaar. Dansstudio Berentsen verzorgt in het pand Rijksweg 288 nog steeds danslessen op verschillende niveaus, van beginnerscursussen tot en met topklasse. Dit gebeurt in een ontspannen sfeer waar hard werken en humor hand in hand gaan. De bar is voor velen een uitgelezen plek om op adem te komen. Vrije dansavonden, het traditionele kerstbal en de jaarlijkse barbecue-met-dans in de zomer zijn terugkerende evenementen. Op aanvraag worden op locatie danslessen verzorgd voor diverse gelegenheden. De danszaal kan ook worden besproken voor feesten.(5)

De huidige dansstudio. Een sfeervol ingerichte accommodatie, uitermate geschikt voor feesten zoals jubilea, personeelsfeesten, familiefeesten of uw bruiloft.

VASTE KERN

Dansstudio Berentsen is op krasse leeftijd volop actief. Grote groepen beginnelingen weten de weg naar Gaanderen te vinden en ook de vervolgcursussen blijven in trek. Daarnaast is er een grote vaste kern van mensen, die nadat alle examens zijn afgelegd, wil blijven dansen. Door de ongedwongen sfeer, de gastvrijheid, de speciale dansavonden, maar vooral de beweging op muziek blijft Dansstudio Berentsen een belangrijk centrum voor in- en ontspanning. Hoe lang nog? Dat is niet bekend. Er is geen opvolger en voor begerige projectontwikkelaars is de dansstudio slechts een strategische plek grenzend aan de toekomstige woningbouwlocatie Richtersbos-zuid. Wat de toekomst ook brengen moge, voor vele vroegere en huidige generaties leerlingen is Dansstudio Berentsen in Gaanderen een begrip voor het leven. Dit artikel heeft dit beknopt willen belichten.
Vooralsnog blijft Dansstudio Berentsen, al 85 jaar úw danspartner!

Verantwoording. Noten.
Dit artikel kon alleen worden geschreven door de enthousiaste medewerking van de familie Berentsen.
Ik wil Henny, Carla, Marian en Bertus hartelijk danken voor de plezierige gesprekken en het beschikbaar stellen van veel informatie. Alle afbeeldingen zijn afkomstig uit het privé-archief van de familie Berentsen.
Het materiaal is bewerkt door de heer J. Gal in Silvolde.
 Bron: privé-archief familie Berentsen.

  1. Bernard Berentsen ondertekent de geboorteakte in vaste hand met B. Berendsen.
  2. Het lukte niet de afkorting “K.A.” te achterhalen. In de context bezien zou het de “Katholieke Authoriteit” kunnen zijn.
  3. Het is niet bekend waar de naam “Pipi” vandaan komt. Hij werd zowel in de familie gebruikt als in de wijde omgeving van Gaanderen. Een mogelijke verklaring is vanuit een dansterm. In de tango is sprake van een “promenade positie”, in het Engels afgekort “pi-pi”. Deze term zal Ben Berentsen ongetwijfeld in zijn lessen hebben gebezigd, zichzelf daarmee misschien ongewild een bijnaam bezorgend. Er wordt echter ook gezegd dat de naam al langer in de familie bestond en dat meerdere leden deze hebben gedragen.
  4. www.dansstudio-berentsen.nl.